Snijd de guanciale in kleine blokjes. Verhit een klontje boter in een hoge pan. Bak de guanciale hier in totdat deze mooi knapperig is en het vet er uit is gebakken.
Schep de guanciale uit de pan en laat uitlekken op een stuk keukenpapier. Bewaar het bakvet.
Maak ondertussen de ui schoon en snipper deze. Voeg de ui toe aan de pan en bak een paar minuten mee.
Maak de knoflook schoon en snipper deze ook. Voeg de knoflook, samen met de risotto rijst toe aan de pan en bak een paar minuutjes mee. Totdat de rijstkorrels niet meer volledig ondoorzichtig zijn. Blus af met een flinke scheut witte wijn.
Nu ga je (soep)lepel voor lepel de hete bouillon toevoegen. Telkens als de rijst het water heeft opgenomen, voeg je pas weer een nieuwe lepel toe. Dit doe je voor ongeveer 25 - 30 minuten.
Voeg dan de kookroom en de geraspte pecorino kaas toe. Blijf roeren (en proeven!) totdat de risotto een mooie consistentie heeft. Dat is een mooie volle korrel - die niet meer rauw is vanbinnen - en een smeuïge saus die aan de korrels blijft hangen. Niet té dun dus.
Breng de risotto dan op smaak met zwarte peper. Hak de peterselie fijn en roer dit ook door de risotto heen, samen met de uitgebakken guanciale.
Verdeel de risotto vervolgens over 4 borden en maak een kuiltje in het midden. Scheid 4 eieren en leg de eidooiers in het kuiltje. Het is niet erg als de dooiers kapotgaan, dan lopen ze namelijk mooi over de risotto heen.
Roer de eidooier goed door de risotto heen net voordat je gaat eten.