Snijd de guanciale in stukjes en bak in een pan waar je straks ook de risotto in kunt maken mooi bruin en krokant.
Schep uit de pan en bewaar het bakvet. Laat de guanciale uitlekken op keukenpapier.
Snijd de venkelworstjes in stukjes en bak in het bakvet van de guanciale mooi bruin en krokant. Roer er dan de gemalen venkel doorheen.
Maak de sjalotten schoon en snipper deze. Voeg toe aan de pan en bak even mee totdat de sjalot zacht en gaar is.
Maak de knoflok schoon en snipper deze ook. Voeg toe aan de pan en bak nog een minuutje mee.
Voeg dan de risotto rijst toe en bak nog zo'n 3 minuten mee, totdat de buitenkant van de korrels net niet meer hard wit is.
Snijd ondertussen de tomaten in stukjes. Voeg deze toe aan de pan en bak mee totdat ze wat droger worden en het vocht door de rijst wordt opgenomen.
Voeg dan de rode wijn en 1 flinke soeplepel van de bouillon toe. Blijf roeren totdat de bouillon volledig is opgenomen door de rijst.
Voeg dan telkens soeplepel voor soeplepel de bouillon toe. Voeg telkens weer een nieuwe lepel als de vorige volledig is opgenomen door de rijst. Roer regelmatig. Na ongeveer 20 tot 30 minuten is je rijst gaar.
Roer er dan de geraspte parmezaanse kaas en extra boter doorheen. Roer er als laatste de guanciale doorheen. Verdeel over 4 borden en garneer met de peterselie.