Bekleed een ronde springvorm (23 cm doorsnede) met bakpapier en vet de bodem en randen goed in met boter.
Bestrooi de bodem vervolgens met een dun laagje suiker. Maak de appels schoon en snijd ze in dunne plakken. Verdeel deze in een mooi patroon over de bodem. Dit wordt straks de bovenkant van de cake. De appelschijfjes mogen elkaar wat overlappen.
Verwarm de oven voor op 180 graden.
Cakebeslag
Mix de boter en de basterdsuiker tot een mooi romig en luchtig geheel met de mixer. Voeg 1 voor 1 de eieren toe, voeg pas steeds een nieuwe toe als de vorige volledig is opgenomen in het botermengsel.
Voeg gecondenseerde melk toe en mix nog een keer goed door elkaar. Voeg dan het zelfrijzend bakmeel, de kaneel en het zout toe en mix tot een mooi luchtig beslag.
Stort het beslag voorzichtig in de springvorm en strijk glad. Bak de cake in zo'n 50 minuutjes gaar. Check voordat je de cake uit de oven haalt of deze gaar is: steek een satéprikker in de cake. Als deze er schoon uitkomt (dus zonder beslag er aan), dan is de cake gaar!
Leg een theedoek over de cake en laat de cake afkoelen in de springvorm. Haal de cake uit de bakvorm en leg er een plank of vierkant bord bovenop. Draai de cake om zodat de appelschijfjes bovenop zitten.
Laat de cake afkoelen. Als je bakpapier hebt gebruikt onderin de bakvorm, dan kun je dat er nu voorzichtig vanaf trekken.