Kook de orzo volgens de bereidingswijze op de verpakking in ruim gezouten water. Giet af en spoel af met koud water.
Snijd de guanciale in kleine blokjes en bak in een droge pan mooi krokant. Schep de guanciale uit de pan en bewaar het bakvet.
Maak de knoflook schoon en snipper deze. Bak de knoflook in het guanciale vet mooi zacht en gaar. Voeg dan de bloem toe en bak ook een paar minuutjes mee.
Voeg dan beetje bij beetje de melk toe en blijf roeren met een garde totdat je een mooie dikke ragout hebt. Haal dan van het vuur.
Roer er dan de eidooiers, gebakken guanciale, orzo en geraspte pecorino doorheen. Breng op smaak met zwarte peper en fijngehakte verse peterselie.
Doe de vulling in een schaal en dek af. Laat in de koelkast volledig afkoelen.
Kroketjes
Zet 3 diepe borden of kommen neer: eentje gevuld met bloem, eentje met eiwit en eentje met paneermeel.
Pak steeds ongeveer evenveel vulling. Rol hier een kroketje van en haal het kroketje door de bloem. Haal ze nu een voor een door het eiwit en vervolgens door het paneermeel.
Haal ze dan nog een keer een voor een door het eiwit en nogmaals door het paneermeel. Op deze manier heb je de kroketjes dubbelgepaneerd waardoor ze straks extra krokant zijn.
Verwarm de frituurpan of zonnebloemolie tot 180 graden en frituur de kroketjes (eventueel in porties) in zo'n 5 tot 6 minuutjes mooi goudbruin. Serveer met wat aioli en geniet!
Notities
Je kunt de kroketjes ook heel goed (ongebakken) invriezen. Zorg dan wel dat je ze los van elkaar invriest, anders gaan ze aan elkaar plakken en krijg je één grote kroketklont. Doe er evt. bakpapiertjes of folietjes tussen. Als ze eenmaal bevroren zijn, kun je ze bij elkaar in een zakje of bakje doen.