Verhit de zonnebloemolie samen met het komijnzaad, korianderzaad en de gedroogde hele chilipepers tot 180 graden.
Maak ondertussen de sjalot schoon en snipper deze heel fijn. Zet apart. Maak de knoflook schoon en snipper deze ook. Zet ook apart.
Maal ondertussen het overige komijn- en korianderzaad grof in een blender of kruidenmolentje. Mix dit met de pul biber, gedroogde chiliflakes, suiker, sumak, vetsin, paprikapoeder en de saffraan. Doe in een hittebestendige kom.
Als de olie de 180 graden heeft bereikt, schep er dan de zaadjes en de pepers met en schuimspaan uit.
Frituur de sjalot in de olie totdat deze mooi krokant is. Schep dit uit de pan en laat uitlekken op keukenpapier. Frituur dan kort de knoflook totdat deze krokant is en schep dit ook uit de pan.
Giet de hete olie op de ingrediënten die je al gemengd hebt in de hittebestendige kom. Laat trekken tot de olie niet meer bubbelt. Roer goed door en laat wat afkoelen.
Roer er dan de granaatappelmelasse, gedroogde munt, het rozenwater en de gefrituurde ui en knoflook doorheen. Breng op smaak met peper en zout.
Doe de olie over in een grote weckpot en bewaar in de koelkast.